skip to Main Content

De naam androgeenongevoeligheidsyndroom (AOS) geeft precies weer wat AOS inhoudt: onze lichamen zijn ongevoelig voor androgenen, ofwel ‘mannelijke hormonen’. Het woord ‘syndroom’ betekent dat het zich manifesteert in een aantal lichamelijke kenmerken.

Mannelijke hormonen worden door zowel mannen als vrouwen aangemaakt. Als vrouwen te veel mannelijke hormonen aanmaken, krijgen ze last van overbeharing en een zware stem. Maar ook als vrouwen maar een kleine hoeveelheid aanmaken, hebben androgenen invloed op hun lichaam; het beïnvloedt de kleur en vorm van de tepels, zorgt ervoor dat vrouwen oksel- en schaamhaar hebben, is verantwoordelijk voor jeugdpuistjes en het is, blijkbaar, ook van invloed op transpiratiegeur.
Vrouwen met AOS hebben meestal een dusdanig hoge ongevoeligheid dat ze daar allemaal geen ‘last’ van hebben:

  • Geen haar onder de oksels
  • Weinig of geen schaamhaar
  • Geen acné en een jeugdige huid
  • Lichtgekleurde tepels
  • Geen transpiratiegeur
  • Vaak zijn we iets langer dan gemiddeld

Tot zover de ‘leuke’ kanten van AOS. Want jammer genoeg heeft AOS meer lichamelijke gevolgen. Alle vrouwen met AOS hebben XY-chromosomen; zonder de androgeenongevoeligheid zou ons lichaam zich in mannelijke richting hebben ontwikkeld. Dat is te merken aan het ontbreken van eierstokken en een baarmoeder.

Diagnose

Soms wordt de diagnose bij de geboorte gesteld, omdat het kind wordt geboren met niet-eenduidige geslachtskenmerken, of omdat bij een liesbreuk testes (teelballen) worden aangetroffen. Vaker wordt de diagnose pas gesteld als wordt onderzocht waarom een meisje niet gaat menstrueren.

Bij verder onderzoek worden in onze buik geslachtsklieren (gonaden) aangetroffen die je niet bij een vrouwelijk lichaam zou verwachten. Dat kan variëren van niet-vruchtbare testes tot helemaal geen gonaden – en alles daar tussenin. Soms wordt ook ovariumweefsel aangetroffen. In alle gevallen geldt echter dat we geen kinderen kunnen krijgen.

Andere aandoeningen

Behalve androgeenongevoeligheid zijn er ook andere redenen waarom een kind met XY-chromosomen als een meisje wordt geboren. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat geen androgenen worden aangemaakt, of dat bepaalde hormonen niet worden omgezet naar andere hormonen. In dergelijke gevallen is het kind wél gevoelig voor androgenen en is een andere behandeling noodzakelijk dan bij AOS. Het is daarom van groot belang dat zo snel mogelijk een betrouwbare diagnose wordt gesteld.

Intersekse

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat kinderen met AOS of een aanverwante aandoening een vrouwelijk lichaam en een vrouwelijke genderidentiteit combineren met XY-chromosomen en (resten van) mannelijke geslachtsklieren. Daarom wordt door artsen gesproken over een intersekse-aandoening. Dat wil niet zeggen dat je jezelf ‘een beetje man en een beetje vrouw voelt’. Intersekse is slechts een medische aanduiding die van oudsher gebruikt wordt om aan te geven dat je lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. In ons geval is dat een vrouwelijk lichaam met XY-chromosomen.

Tijdens de zwangerschap

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat kinderen met AOS of een aanverwante aandoening een vrouwelijk lichaam en een vrouwelijke genderidentiteit combineren met XY-chromosomen en (resten van) mannelijke geslachtsklieren. Daarom wordt door artsen gesproken over een intersekse-aandoening. Dat wil niet zeggen dat je jezelf ‘een beetje man en een beetje vrouw voelt’. Intersekse is slechts een medische aanduiding die van oudsher gebruikt wordt om aan te geven dat je lichaam zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken vertoont. In ons geval is dat een vrouwelijk lichaam met XY-chromosomen.

Genetisch defect in het Androgeen-receptor gen

Bij het androgeenongevoeligheidsyndroom is er sprake van een genetisch defect in het androgeen-receptor gen (AR), dat een onderdeel vormt van het X-chromosoom. Inmiddels zijn er al meer dan driehonderd verschillende veranderingen – of mutaties – in dit gen ontdekt, die stuk voor stuk AOS veroorzaken. Waarschijnlijk zijn nog lang niet alle mutaties ontdekt. Dat betekent dat het stellen van een diagnose via DNA-onderzoek niet altijd zekerheid biedt. Het is immers mogelijk dat je wel AOS hebt, maar dat het een nog niet eerder ontdekte vorm is.

Op dit moment biedt DNA-onderzoek 90 tot 95 procent zekerheid. In Nederland wordt het DNA-onderzoek naar AOS uitgevoerd in het klinisch genetisch laboratorium van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Bij het vermoeden van AOS kan een huisarts naar dit laboratorium verwijzen, waarna een klinisch geneticus je meer kan vertellen over DNA-onderzoek.

AOS is geen aandoening die je in de loop van je leven opdoet. Al vanaf het moment van de conceptie bevat iedere lichaamscel van een kind met AOS een X-chromosoom met een gemuteerd AR-gen.

XX-kinderen

XX-kinderen zullen daar weinig last van hebben want zij hebben in iedere cel twee X-chromosomen en het defecte AR-gen wordt dan gecompenseerd door het andere AR-gen. Deze meisjes worden geboren met eierstokken en een baarmoeder en kunnen gewoon kinderen krijgen. Maar omdat de helft van hun X-chromosomen een defect AR-gen bevat, is er een 50 procent kans dat ze het defecte gen aan hun kinderen doorgeven. Deze vrouwen worden ‘draagsters’ genoemd.

XY-kinderen

Hormonen zijn als de sleutels die op een slot passen. XY-kinderen hebben geen compenserend chromosoom. Daardoor is iedere cel in hun lichaam geheel of gedeeltelijk ongevoelig voor androgenen. Het idee van ‘ongevoeligheid’ voor een hormoon kun je het best voorstellen door aan een slot en een sleutel te denken. Het AR-gen is daarbij het slot en de androgenen zijn de sleutels. Doordat onze androgeen-receptoren – de ‘sloten’ – zijn gemuteerd, passen de hormonen – de ‘sleutels’ – niet meer.
In werkelijkheid is het een ingewikkeld chemisch samenspel van eiwitten, maar het slot/sleutel-idee maakt goed duidelijk wat er gebeurt: de androgenen kunnen onze cellen niet meer aansturen, waardoor ons lichaam niet kan vermannelijken.

Müller Inhiberend Hormoon

Maar ons lichaam is ook niet in staat om eierstokken en een baarmoeder aan te maken. Dat komt doordat het lichaam van XY-kinderen behalve androgenen ook het MIH-hormoon maakt. Het Müller Inhiberend Hormoon zorgt dat de vrouwelijke Müllerse-structuren, die ook in een XY-kind aanwezig zijn, niet kunnen uitgroeien tot eileiders en een baarmoeder.

Erfelijkheid

Vrouwen met XX-chromosomen en een gemuteerd AR-gen hebben 50 procent kans dat ze hun defecte X-chromosoom doorgeven aan hun kinderen. Bij een XY-kind zal dan AOS ontstaan, terwijl een XX-kind een nieuwe draagster zal zijn. Dit wordt ‘recessief erfelijk’ genoemd.

Maar niet alle vrouwen met AOS hebben hun defecte X-chromosoom van hun moeder geërfd. In 70 procent van de gevallen is er sprake van erfelijkheid en bij de overige 30 procent is het AR-gen aan het begin van de zwangerschap spontaan gemuteerd.

In het geval van een spontane mutatie zal AOS zich hoogstwaarschijnlijk niet elders in de familie voordoen. De vrouw met AOS is immers onvruchtbaar; omdat het defecte gen niet van de moeder afkomstig kan zijn, is de kans dat ander familieleden het defecte gen hebben nihil.

Als AOS wel elders in de familie voorkomt, dan is dat altijd in de familie van de moeder van het kind met AOS. Dat komt doordat het gemuteerde AR-gen erfelijk is via vrouwen die twee X-chromosomen hebben; het ene X-chromosoom heeft een gemuteerd AR-gen en het andere X-chromosoom bevat een ongemuteerd AR-gen. Deze vrouwen worden ‘draagsters’ genoemd. Bij het ontstaan van eicellen is het louter toeval welk chromosoom van de draagster, het gemuteerde of het niet-gemuteerde chromosoom, in de eicel terecht komt. Indien het X-chromosoom met het gemuteerde AR-gen in de eicel terecht komt, geeft zij dit gen aan haar kind door. Als dat kind XY-chromosomen heeft, ontstaat een kind met AOS. Als het kind XX-chromosomen heeft, ontstaat een nieuwe draagster.
In feite is het een kwestie van kansberekening:

  • 25 procent kans op een XY-kind met een defect AR-gen: een dochter die AOS heeft
  • 25 procent kans op een XY-kind zonder defect AR-gen: een zoon
  • 25 procent kans op een XX-kind met een defect AR-gen: een dochter die draagster is
  • 25 procent kans op een XX-kind zonder defect AR-gen: een dochter
Back To Top
Zoeken